Inleiding
De economische crisis vraagt om bijzondere maatregelen. Om de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland niet tot stilstand te laten komen, heeft het kabinet de Crisis- en Herstelwet vastgesteld. De wet beoogt de versnelling van bouwprojecten te realiseren en heeft hiervoor onorthodoxe instrumenten in het leven geroepen. De wet schept nieuwe voorwaarden en mogelijkheden en neemt belemmeringen in wet- en regelgeving zo veel mogelijk weg. Voor de meeste gemeenten in Nederland biedt de Crisis- en Herstelwet nieuwe mogelijkheden. Zo is de wet ook van toepassing op woningbouwprojecten van 12 tot 2000 woningen.
De wet heeft voor veel bouwprojecten echte versnellingsmogelijkheden. Geoplan biedt daarom twee op elkaar afgestemde studiedagen aan die worden verzorgd door topdocenten. Tijdens de theoriedag wordt ingegaan op de juridische achtergrond en betekenis van de Crisis- en Herstelwet. Op de praktijkdag wordt vervolgens ingegaan op de vraag hoe men de wet in de praktijk zou kunnen gebruiken. Op beide dagen kan ook apart worden ingeschreven.
Onderdelen van de Crisis-en herstelwet
Op hoofdlijnen omvat de wet twee typen maatregelen:
Categorie 1 Tijdelijke maatregelen
De projecten waar het om gaat zijn in de wet met name genoemd en daarnaast de woningbouwprojecten van 20 tot 2000 woningen.
Voorbeelden van speciale maatregelen die voor deze categorie genomen worden:
- Het binnen het ruimtelijk domein introduceren van nieuwe of naar voren halen van reeds voorziene wijzigingen in het bestuursprocesrecht.
Daarbij gaat het onder meer om:
- het versneld regelen van een verruimde mogelijkheid voor het passeren van gebreken;
- het versneld regelen van het relativiteitsvereiste;
- een nieuwe bepaling over onderzoeken die aan een besluit ten grondslag worden gelegd;
- een beperking van het beroepsrecht van decentrale overheden;
- een versnelling van het beroep en hoger beroep en stringentere ontvankelijkheidsvereisten aan het beroepschrift.
- De aanwijzing van experimenteergebieden, waar tijdelijk wetgeving opzij wordt gezet, om snel, maar zorgvuldig urgente projecten te kunnen realiseren.
- Concentratie van besluitvorming voor gemeentelijke bouwlocaties bij de gemeente zodat hierover sneller besloten kan worden.
- Geen verplicht advies van de commissie m.e.r. en geen verplicht alternatievenonderzoek.
- Het naar voren halen van een voorziene regeling voor radarzonering om realisatie van de aanleg van windmolenparken te bespoedigen.
- Het versoepelen van de regels in de Leegstandwet omtrent de huurprijs bij tijdelijke verhuur van woningen.
Categorie 2: Wijzigingen van bijzondere wetten
Voor een aantal wetswijzigingen wordt een breder toepassingsbereik voorgesteld. Deze wetswijzigingen gelden niet voor de gelimiteerde projectenlijst, maar voor alle projecten in het ruimtelijk domein. Het zijn bovendien geen tijdelijke, maar structurele wijzigingen. In deze categorie vallen onder meer de volgende maatregelen:
- Verplichte toepassing van een coördinatieregeling en verplichte vaststelling van een inpassingsplan bij middel grote windmolenparken (10–100 MW).
- Verlenging en aanscherping van de Interimwet stad- en milieubenadering.
- Vereenvoudiging van de uitvoering van de Natuurbeschermingswet 1998, gericht op o.a. minder vergunningen en eenvoudiger berekenen van de effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden.
- Uniformering en stroomlijning van de procedures voor onteigening, alsmede een ontkoppeling van de ruimtelijke procedure en de onteigening, zodat onteigening sneller kan worden afgerond.
Kortom, de wet heeft voor veel bouwprojecten echte versnellingsmogelijkheden. Tijdens de studiedag wordt op de vele mogelijkheden ingegaan.
Resultaat
Wie de theoriedag Crisis- en herstelwet heeft gevolgd:
-
heeft een gedegen kennis van de inhoud van de wet
-
heeft inzicht hoe de wet in de dagelijkse praktijk toegepast kan worden
-
weet waar de kansen en beperkingen van toepassing van de wet liggen
-
kan in zijn dagelijkse werkpraktijk gebruik maken van de versnellingsmogelijkheden van de wet
Doelgroep theorie- en praktijkdag
De studiedag is bedoeld voor iedereen die werkzaam is in de ruimtelijke ordening. Meer specifiek is de cursus bijzonder interessant voor projectleiders en projectmanagers die in hun project tegen de stroperigheid van de wetgeving aanlopen.
DE THEORIEDAG
Tijdens de theoriedag zal met name worden ingegaan op de twee typen maatregelen die de wet op hoofdlijnen bevat.
De eerst categorie bevat tijdelijke maatregelen. Het gaat hierbij onder andere om het aanwijzen van experimenteergebieden waar tijdelijk wetgeving opzij wordt gezet. In het bestuurprocesrecht worden wijzigingen aangebracht die de rompslomp rond procedures zouden moeten bekorten. Daarnaast wordt de besluitvorming voor gemeentelijke projecten bij de gemeente zelf geconcentreerd, zodat hierover sneller besloten kan worden.
De tweede categorie bevat de wijziging van bijzondere wetten. Deze zijn structureel en gelden voor alle projecten in het ruimtelijke domein. Het betreft hier onder anderen de vereenvoudiging van de Natuurbeschermingswet 1998 (relevant voor Natura 2000 gebieden) en de uniformering en stroomlijning van procedures voor onteigening.
Programma theoriedag
Inleiding Crisis- en herstelwet
- Aanleiding
- Achtergrond
- Inwerkingtreding
Onderscheid op hoofdlijnen tussen de categorieën maatregelen
Wat levert de wet op in de praktijk op?
Onderdelen van de wet
-
Veranderende bevoegdheden gemeenten en provincies
-
Projectuitvoeringsbesluit
-
Experimenteergebieden
-
Ontwikkelingsgebied – gebiedsontwikkelingsplan
-
Invoering relativiteitsvereiste
-
Veranderde beroepsprocedures – beperking belanghebbende begrip
-
Bestuurlijke lus
-
Mogelijkheid tot indiening nieuwe projecten
Invloed op andere wetgeving
Korte introductie dag 2: inventariseren van de behoefte
Docenten theoriedag
-
mr. J.C. (Hanneke) Ellerman, advocaat Bestuursrecht, Houthoff Buruma, Amsterdam
-
mr. J. (Jaap) Hoekstra, Staatsraad in buitengewone dienst bij de Raad van State, voorheen toonaangevend partner in de vastgoed- en bestuursrechtpraktijk bij Houthoff Buruma Amsterdam
DE PRAKTIJKDAG
De Crisis- en Herstelwet biedt verschillende mogelijkheden om projecten versneld uit te voeren. Het gaat om aanpassingen in procedures, maar deze wet introduceert ook een aantal geheel nieuwe instrumenten in het omgevingsrecht. Dat levert kansen en nieuwe mogelijkheden op, ook in situaties en projecten die tot op heden niet of nauwelijks uitvoerbaar bleken. De toepassing in de praktijk levert echter de nodige vragen op, bijvoorbeeld:
-
Welke instrumenten uit de wet kan ik inzetten in mijn situatie?
-
Welke voordelen mag ik daarvan verwachten?
-
Is normoverschrijding écht toegestaan?
-
Welke criteria spelen een rol?
-
Hoe krijg ik mijn project op een lijst (in de AMvB)?
-
Hoe organiseer ik dat binnen mijn organisatie?
Met deze praktijkdag beogen we u antwoord te geven op deze -en andere- vragen. In het programma is ruimte om uw specifieke situatie aan de orde te stellen. Tevens weet u na afloop hoe u op een eenvoudige wijze kunt nagaan of- en welke- instrumenten uit de Crisis- en Herstelwet in uw situatie kansen bieden.
Doelgroep praktijkdag
De praktijkdag is in eerste instantie gericht op projectleiders en beleidmedewerkers van gemeenten en provincies die de mogelijkheden die de wet biedt in de praktijk willen benutten.
Programma praktijkdag
Praktijkvoorbeelden op basis van bestaande/oude wetgeving (o.m. interimwet Stad & Milieu
Praktijkvoorbeelden op basis van de Crisis- en Herstelwet: ontwikkelingsgebieden en experimenten/innovatiegebieden in binnensteden
Praktijkvoorbeeld Zaanstad Midden
Praktijkvoorbeelden op basis van de Crisis- en Herstelwet: het project- uitvoeringsbesluit
-
Woningbouw vanaf 12 woningen
-
Bestemmingsplan buiten werking
-
Ontbreken wettelijke overlegverplichting
Uitvoeren van een ‘CHW-scan’
Werksessie: uitwerken van twee cases in kleine groepen
-
Hoe is de situatie?
-
Welke knelpunten doen zich voor?
-
Welke instrumenten (Chw) zijn toe te passen?
-
Welke meerwaarde hebben deze instrumenten?
-
Wat zijn argumenten voor toepassing van deze instrumenten?
-
Welke aanpak en/of acties zijn benodigd?
Bespreken resultaten
Interactief presenteren en bespreken van de resultaten uit de werksessie
Formuleren van conclusies en afsluiting
Docenten praktijkdag
Rein Bruinsma BC, senior adviseur milieu en ruimte, DHV. Hoofdauteur en projectleider voor het ‘groene boekje’ (milieuzonering voor bedrijven, VNG); De kernwoorden van zijn 23-jarige expertise zijn bedrijven, geluid, milieu en ruimtelijke ontwikkeling.
dr. mr. John van den Hof, senior juridisch adviseur, DHV. John van den Hof heeft ruim 23 jaar professionele ervaring, waarbij hij zich vooral richt op strategische ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Daarnaast is hij Lector Gebiedsontwikkeling bij Saxion Hogescholen te Deventer en Enschede.
Ineke Harder, projectmanager, gemeente Zaanstad. Ineke is project-/procesmanager voor complexe gebiedsontwikkelingen in de metropoolregio Amsterdam. Sinds medio 2009 is zij procesmanager voor de ontwikkeling van de Zaan- en IJoevers in Zaanstad.
ir. Peter Wolbert, senior adviseur ruimte en milieu, DHV. Peter heeft ruim 20 jaar ervaring op het raakvlak van milieu en gebiedsontwikkeling. Op dit moment begeleidt hij de implementatie van de Crisis- en Herstelwet voor de provincie Overijssel.
Ondersteuning: ing. Norbert Mol, DHV