Nieuwsberichten week 5


 

Is de dienstenrichtlijn een beperking voor bestemmingsplannen?

24 januari 2012 l RUIMTELIJKE ORDENING

De Europese dienstenrichtlijn bepaalt onder meer de vrije vestiging van detailhandel. Vormt dit een belemmering voor bestemmingsplannen?

Dat kan, antwoordt advocaat Bart de Haan in zijn analyse op Vastgoed Journaal. De uit 2006 daterende richtlijn van de Europese Unie verzekert de vrijheid van vestiging. Dit om de interne markt te stimuleren. Daarom mogen geen belemmerende vergunningsstelsels worden bedacht tenzij deze discriminerend werken, zij worden gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang en het doel niet door minder beperkende middelen kan worden bereikt.

Dus, hoe zit het dan met bestemmingsplannen en de vestiging van detailhandels.

Volgens De Haan is vooral het tweede criterium van belang voor het bepalen van een bestemmingsplan. De crux is een dwingende reden van algemeen belang. En ruimtelijke ordening is natuurlijk in het algemene belang, waarmee niet is gezegd dat een vergunningstelsel zonder criteria in het leven kan worden geroepen. Aan de hand van de dienstenrichtlijn betekent een non-discriminatoir stelsel zonder nationaliteits- en inschrijvingseisen.

Ruimtelijke ordening

De richtlijn is niet van toepassing als het gaat om voorschriften voor ruimtelijke ordening en stedenbouw. De vraag is dan nog wel of binnen een planologische maatregel zoals een bestemmingsplan helemaal geen eisen mogen worden gesteld aan het vestigen van een detailhandel. Het antwoord is: nee, stelt De Haan in zijn analyse.

Voor ruimtelijke ordening mag dan wel een vergunningstelsel worden ontworpen, maar uit de richtlijn “volgt ook dat de vergunning niet van economische criteria afhankelijk mag worden gesteld. Dat betekent dat strijd met de dienstenrichtlijn wordt voorkomen als geen economische criteria worden gehanteerd en geen economisch motieven aan planologische maatregelen ten grondslag worden gelegd.”

Marktordening

Conclusie? Ruimtelijke ordening is prima en kent weinig belemmeringen binnen de Europese richtlijn. Marktordening is verboden. Gemeenten kunnen enkel eisen stellen aan de vestiging van detailhandel als het gaat om de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

Bron: gemeente.nu


 

Wake-up call voor het bodem- en ondergrondbeleid

24 januari 2012 l RUIMTELIJKE ORDENING

"Aan de ontwikkelaars van de Nederlandse ruimte" (Agentschap.nl, 23 januari). Zo luidt de prikkelende aanhef van een Manifest, opgesteld door een groep veranderingsgezinde omgevingsprofessionals. In dat document leggen zij hun visie vast over de noodzakelijk veranderingen in het bodem- en ondergrondbeleid.

Het bodembeleid komt in een andere fase, het gaat zich richten op de waarde van de bodem voor brede maatschappelijke opgaven en gebiedsontwikkeling. De veranderingen om ons heen gaan snel. Er is daarom sprake van urgentie: als we niets veranderen kloppen werkwijzen, regels en budgetten straks niet meer met de maatschappelijke werkelijkheid. Een groep veranderingsgezinde omgevingsprofessionals uit publieke en private hoek heeft de koppen bij elkaar gestoken om hun visie op de veranderingen te verwoorden. Deze zogenoemde Keizerskroongroep - genoemd naar de locatie waar men de eerste keer bijeen is geweest - heeft dat vastgelegd in een Manifest. Dit Manifest kan deels gezien worden als een aanvulling op het bestaande bodemconvenant en laat de afspraken daaruit onverlet. Deels kan het gezien worden als voorzet voor de periode nadat het huidige convenant afloopt (2015). De hoofdpunten:

1. Krachtig in coalities: bodem gaat verbinden.

"We willen nieuwe coalities vormen en delen wat de boden te bieden heeft. We roepen ook anderen op sectorale muren te slechten, integrale kansen te benutten en zo onder- en bovengrond te benutten."

2. Bodem als deel van duurzame gebiedsontwikkeling

"Wij bieden de baten van bodem aan als factor in gebiedsontwikkeling en kwaliteit van de omgeving. We roepen professionals en bestuurders die werken aan de leefomgeving op ook te handelen vanuit People, Profit en Planet en de kansen te grijpen die de ondergrond hiervoor biedt."

3. Ruimte (maken) voor regionale kracht.

"Wij roepen decentrale overheden op om samen met private partijen de verantwoordelijkheden in gebiedsontwikkeling te pakken, integrale afwegingen aan burgers uit te leggen en de ruimte binnen de wettelijke grenzen te benutten. Het Rijk moet dit proces steunen."

4. Investeren in de multidisciplinaire leer- en ontwikkelomgeving.

"De bodemprofessional maakt zichklaar voor integrale gebiedsontwikkeling. Wij stimuleren de kennis- en competentieontwikkeling en roepen organisaties op te investeren in multidisciplinaire leeromgevingen."

5. Van saneringsbudget naar stimuleringsbudget.

"Wij stellen een stimuleringsbudget voor met als brede randvoorwaarde de verbetering van de leefomgeving door duurzaam gebruik van de ondergrond. We roepen bestuurders op dit te bekrachtigen."

6. Van een separate Bodemwet naar een Omgevingswet.

"Wij willenonze lessen uit de Wbb meegeven met het oog op de aansluiting bij de Omgevingswet:werk integraal, pragmatisch en verantwoord.Wij roepen het Rijk op de lessen te vertalen naar een wet- en regelgeving voor boven- en ondergrond."

7. Beter benutten door te experimenteren.

"Durf te experimenteren! Wij starten met pilots rond professionalisering en integrale afweging van boven- en ondergrond in lokale en regionale plannen. We vragen dit ook aan decentrale overheden, private partijen en Rijk."

Het Manifest roept op om het praten over wat de verandering omvat op dit moment te staken en nu vooral over te gaan tot actie! Om daar aan toe te voegen: "en dat geldt ook voor u: wat wilt u aan deze transitie bijdragen?"

Bron: bodemnieuws.nl


Strengere regels voor asbestbedrijven

23 januari 2012 l MILIEU

Per 1 februari gelden er nieuwe, strengere certificatieregels voor asbestverwijderingsbedrijven. De Arbeidsinspectie hoopt op deze manier de  bedrijven nog harder aan te pakken die de regels aan hun laars lappen

Onderzoek

Uit recent onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt dat het slecht gesteld is met de naleving van de regelgeving in deze sector. Bij 55% van de saneringslocaties bleek er sprake van overtredingen. Zo werd bijvoorbeeld asbest niet direct na het verwijderen afgevoerd of ontbraken maatregelen om te voorkomen dat de asbestvezels in de lucht komen. Niet naleving levert  gezondheidsrisico’s voor werknemers en derden, zoals bewoners, op.

Veiligheidseisen

In Nederland mogen ruim driehonderd ondernemingen asbest uit gebouwen verwijderen. Zij moeten zich aan strenge veiligheidseisen houden ter bescherming van hun werknemers. Maar er zijn bedrijven die de veiligheidsmaatregelen achterwege te laten en zo goedkoper werken dan de betrouwbare asbestsaneerders. De Arbeidsinspectie vindt dat aan deze oneerlijke concurrentie een einde moet komen.

Meer toezicht

Het toezicht op de sector wordt daarom dit jaar flink verhoogd. De inspectie werkt bij de aanpak samen met de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD). Een team van tien arbeidsinspecteurs gaat zich vanaf volgend jaar full-time bezighouden met controles op het veilig werken met asbest. De SIOD heeft na onderzoek een lijst van 155 verdachte bedrijven opgesteld die extra streng gecontroleerd worden. Verder scherpt de Arbeidsinspectie haar handhavingsbeleid nog meer aan en zullen boetes worden verhoogd.

Bron: eigenhuis.nl


Waar is de Swung?

27 januari 2012 l MILIEU

Swung. Zo heten de nieuwe geluidsregels voor snel- en spoorwegen. Ze moeten een beter wapen zijn tegen de ongebreidelde groei van verkeerslawaai. Maar het ambitieniveau is laag, zeggen critici. ‘Binnen Swung is het mogelijk dat ons land straks bedekt wordt onder één grote grijze geluidsdeken, op een niveau net onder het wettelijk maximum.’

Geluidshinder is nog steeds een onderschat milieuprobleem. En onderschat betekent onbekend, dus onbemind. Ondanks de komst in 1979 van de Wet geluidhinder (Wgh) heeft het onderwerp nooit op enige prioriteit kunnen rekenen in politiek Den Haag. Zo vond toenmalig milieuminister Jan Pronk in zijn tijd geluid een onzinprobleem, ‘want er vallen geen doden bij’.

Dat kan wel zo zijn, maar geluidshinder zorgt voor ernstige gezondheidsproblemen, zo luidt steevast de boodschap van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG). En dan praat je niet zomaar over een griepje. Nee, in ons land krijgen jaarlijks honderden mensen een hartinfarct, terwijl ze op geluidsbelaste plekken wonen. De NSG wijst op de tal van onderzoeken van nationale en internationale instanties (WHO, TNO, RIVM, GGD’s en universiteiten) die stellen dat de gezondheidsschade door geluidshinder een ernstig vraagstuk is. ‘Nederland is er de afgelopen veertig jaar amper op vooruitgegaan. Alle apparaten, van vliegtuigen tot grasmaaiers, zijn dan wel stiller geworden. Hun aantal is fors gegroeid en daarmee is de lawaaioverlast juist sterk toegenomen,’ zegt NSG-directeur Erik Roelofsen.

Tikje complexer

De Wet geluidhinder heeft het tij in elk geval niet kunnen keren. Dat lag deels aan de wet zelf: wetenschappelijk goed gefundeerd, maar erg ingewikkeld. ‘Milieuregels zijn complex,’ luidt het gezegde, ‘maar geluidsregels nog een tikje complexer.’ Ondanks zijn doorwrochte wetenschappelijke basis bleek de Wet geluidhinder vooral onmachtig om iets te doen tegen de wilde toename van het geluid rond snelwegen en spoorlijnen. ‘Er was voor beheerders geen wettelijke dwang om maatregelen te treffen bij bestaande spoor- en snelwegen, ook al was het aantal decibellen op die locatie toegenomen.

Burgers die onder die groeiende geluidshinder leden, ontbeerden daardoor juridische middelen,’ zegt Roelofsen. Een spanningsveld dat steeds groter werd, alsmede de roep richting politiek om actie te ondernemen. En zo nam het laatste kabinet-Kok tien jaar terug de aanloop naar een ingrijpende wijziging van de Wet geluidhinder onder de noemer Swung, kort voor Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid. Eind vorig jaar passeerde de nieuwe wet (in feite een aanpassing van de Wet milieubeheer) de Tweede en Eerste Kamer. Snel ging het daarmee allemaal niet, want wederom het gebrek aan politieke belangstelling voor het onderwerp leverde een tergend traag wordingsproces op, aldus NSG-directeur Roelofsen.

Geen lange termijn

Een tweede verklaring: ook de nieuwe Swung-regels zijn nog redelijk abstract. De behandeling van de wet in de Tweede Kamer dreigde om die reden te stagneren. ‘Veel technische regels, maar geen langetermijnkoers naar minder geluidsoverlast,’ twitterde PvdA-kamerlid Samsom tijdens het Kamerdebat juni vorig jaar ontevreden. Het CDA wilde de behandeling zelfs opschorten. Om de systematiek van Swung veel concreter te maken, maakte het ministerie van Infrastructuur en Milieu een brochure met praktijkvoorbeelden.

Dit boekje, waarin enkele woningen door de jaren worden gevolgd, bracht weer vaart in het behandelingsproces. Uiteindelijk werd het wetsvoorstel unaniem aangenomen door de Tweede Kamer. Ook de Eerste Kamer passeerde de wet vlekkeloos. Kern van de wet, die in april van kracht wordt, is het vaststellen van geluidplafonds, die de ongebreidelde groei van verkeerslawaai in toom moeten houden en een teveel aan herrie moeten terugsnoeien. Wel krijgen de beheerders van spoor- en snelwegen een ‘werkruimte’ van 1,5 dB (zie kader).

Topprestatie

SP-parlementariër Paulus Jansen heeft er wel een verklaring voor dat Swung in de Tweede Kamer met algemene stemmen is aangenomen. ‘Dat geeft aan dat het parlement, inclusief de oppositie, van mening is dat de wet per saldo een goede stap vooruit is.’ Maar we moeten wel realistisch blijven, vindt de goed in het geluidbeleid ingevoerde milieuwoordvoerder van de SP. ‘Als het zou lukken de overschrijdingen van de geluidplafonds binnen tien jaar weg te werken, zou dat een topprestatie zijn. Het beschikbare saneringsbudget is immers in de verste verte niet toereikend om alle knelpunten uit de weg te ruimen. Dan heb ik het nog niet over de noodzakelijke investeringen om de verkeersgroei en de verhoging van de maximumsnelheid te compenseren.’

Volgens staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) is het beschikbare budget echter toereikend en een Kamermeerderheid – de coalitiepartijen – is dat met hem eens. Voor het saneren van de geluidsbelasting van snel- en spoorwegverkeer is één miljard euro beschikbaar.

Helder systeem

NSG-directeur Roelofsen ziet wel pluspunten in het Swung-beleid. ‘Het systeem is helder. Door middel van plafonds grenzen aan de geluidsbelasting stellen is logisch. Dat juichen we toe. Positief is dat Swung het probleem bij de bron legt en niet bij de ontvanger, zoals de Wet geluidhinder doet. Het probleem is echter dat de Wgh met zijn grenswaarden nog steeds van kracht is. Het matchen van die twee kan tot allerlei conflicten leiden.’

Grijze geluiddeken

Jansen zet vraagtekens bij de ambitie van Swung. ‘De geluidplafonds zijn gebaseerd op een te groot percentage ernstig gehinderden. Ook de bescherming van stille gebieden wordt niet bevorderd. Binnen Swung is het mogelijk dat ons land straks bedekt wordt onder één grote grijze geluidsdeken, op een niveau net onder het wettelijk maximum.’ Ook NSG-directeur Roelofsen vindt het ambitieniveau van de nieuwe wet bedroevend laag. ‘Om de industrie in ons land tot milieumaatregelen te dwingen, leggen we haar de beste beschikbare technieken op. Voor de overheid zelf als beheerder van wegen blijkt dat opeens niet meer te gelden. Dubbellaags zoab is de stand der techniek en levert een aanzienlijke geluidsreductie op, maar stil asfalt wordt niet automatisch aangelegd.’

Wellicht omdat dit type asfalt, voert hij als reden aan, anderhalf keer duurder is dan enkellaags zoab en ook minder slijtvast is, dus minder lang meegaat. ‘De belangen van de wegbeheerder wegen blijkbaar zwaarder dan die van omwonenden.’ De wetgever had pas echt lef gehad, stelt Roelofsen, als er een werkruimte van 0,5 dB was vastgesteld. ‘Dan zouden er pas prikkels worden uitgedeeld om Nederland stiller te maken.’

Bron: sconline.nl


 Meer gemeenten kiezen voor camera's

23 januari 2012 l TOEZICHT EN VEILIGHEID

In 2011 is het aantal Nederlandse gemeenten dat cameratoezicht inzet gegroeid. Er kwamen 36 gemeente bij waar camera's zijn ingezet. Wel beëindigden vier gemeenten lopende projecten.

De redenen om camera's op te hangen zijn zeer divers. Relatief vaak gaat het om geweld en overlast in uitgaansgebieden. Andere belangrijke redenen zijn overlast en criminaliteit door jongeren, veilig ondernemen in winkelgebieden en bedrijventerreinen, brandstichting en drugsoverlast. Een trend die in 2011 zichtbaar werd zijn de flexibele camera's die voor een korte periode worden opgehangen. Bijvoorbeeld tijdens evenementen als oud & nieuw, Koninginnedag en de kermis.

Ook op openbaar vervoer locaties hangen steeds vaker camera’s. Niet alleen vanwege overlast, criminaliteit en vernielingen, maar ook om het veiligheidsgevoel van de reizigers te verbeteren. Veilig ondernemen in winkelgebieden en op bedrijventerreinen is ook vaak een reden om camera's op te hangen. Sommige gemeenten willen wel camera's, maar vinden de kosten te hoog, de opbrengsten te beperkt of camera's niet proportioneel en noodzakelijk voor de problemen. In die gemeenten is gekozen voor andere oplossingen zoals fysiek toezicht, trainingen voor winkelpersoneel, aanpassingen in de openbare ruimte en/of betere afspraken met horeca, politie en andere betrokkenen. In vijf gemeenten is, na discussie, besloten geen camera’s in te zetten.

Bron: beveiligingnieuws.nl

 

    Geoplan
     
    T 088 - 556 05 70  
    Home > nieuwsberichten