27 december 2011 l RUIMTELIJKE ORDENING
Om leegstand van kantoren tegen te gaan wil het college van b. en w. procedures makkelijker maken die nodig zijn om een kantoorfunctie te veranderen. De gemeente heeft DTZ Zadelhoff Research een onderzoek laten uitvoeren naar de Amersfoort kantorenmarkt. Uit het onderzoek blijkt dat de kantorenmarkt moeizaam functioneert. De markt kent weinig dynamiek en de leegstand blijft hoog.
Daarom heeft de gemeente in de Visie Werklocaties beleid opgesteld voor de kantorenmarkt. Het beleid is er met name op gericht om bestaande locaties te versterken - door functiemenging en transformatie zoveel mogelijk toe te staan - en nieuwe kantoorbestemmingen te beperken.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de regels bij de transformatie van leegstaande kantoren te versoepelen. Dit moet gebeuren door bij het actualiseren van bestemmingsplannen van werklocaties het makkelijker te maken de bestemming kantoor aan te passen voor herinvulling, transformatie en functiemening. Bijvoorbeeld door een werklocatie zo flexibel mogelijk te bestemmen.
Daarnaast treedt in 2012 een nieuw Bouwbesluit in werking waardoor het makkelijker wordt gemaakt om kantoren te transformeren naar andere functies, bijvoorbeeld wonen. Deze maatregelen geven partijen meer duidelijkheid over bouweisen en beperken de proceduretijd.
Waar marktpartijen kansen zien om leegstand terug te dringen, wil de gemeente dat faciliteren. Dit is een, gedeeltelijk, andere aanpak dan die van de gemeente Amsterdam. Amsterdam zet de 'Leegstandverordening' in om een leegstandregister bij te houden. Amersfoort kiest hier niet voor omdat het administratief te tijdrovend is. Amersfoort stimuleert ook functiemenging en transformatie en zet vooral in op bestaande locaties, deregulering en activering van eigenaren.
Uiteindelijk staat of valt het kunnen aanpakken van de leegstand met de aanwezigheid van voldoende vraag naar kantoren of alternatieve functies (bijvoorbeeld wonen of voorzieningen). Gemeenten en pandeigenaren hebben daar geen invloed op.
Bron: destadamersfoort.nl
28 december 2011 l BOUWEN
De seriematige woningbouw heeft al geruime tijd de wind flink tegen. Een innovatief woningbouwconcept bewijst dat tegenwind ook nieuwe perspectieven oplevert. Begin december 2011 is Flex-Home gelanceerd en zijn samenwerkingsovereenkomsten met een aantal gerenommeerde bouwpartijen als co-makers afgesloten. In februari 2012 worden ter introductie van Flex-Home presentaties door het hele land gehouden.
Flex-Home is een design & build woningbouwsysteem met één casco voor verschillende doelgroepen, zoals starters en senioren. Zonder het casco, de gebouwschil of alle installaties te wijzigen, wordt alleen de afbouw aangepast aan de wensen van de doelgroep, zónder de gebruikelijke beperkingen. Met een stramienmaat van 6,3 meter, zijn de casco's ruim van opzet, waardoor zeer veel plattegrondindelingen mogelijk zijn.
In het ruime casco kunnen twee of drie starterswoningen of appartementen worden gerealiseerd met ieder een eigen tuin, maar ook bijvoorbeeld gezinswoningen of zorgeenheden. Ondanks de ruimere casco's worden er, in vergelijking met starterswoningen van 4,8 meter breed, 1,5 keer meer woningen per m2 grond gerealiseerd en zijn de kosten vergelijkbaar met de reeds bestaande systeemwoningen.
Het casco is flexibel doordat alle vloeren woningscheidend zijn en de voor- en achtergevels niet nodig zijn voor de stabiliteit. Door het specifieke ontwerp kunnen huurwoningen later eenvoudig worden omgebouwd voor andere doelgroepen en nieuwbouwwoningen hoeven pas ingedeeld te worden als er een koper is. De woningen zijn voorbereid voor een energieneutrale uitvoering, maar zijn standaard al energiezuinig.
De bouwstenen waaruit de woningen worden opgebouwd zijn standaard, maar het ontwerp is maatwerk voor zowel in- als exterieur. Flex-Home heeft eigen architecten en ingenieurs die elk project locatiespecifiek ontwerpen met een eigen uitstraling en specifieke stedenbouwkundige oplossingen. Standaard zijn de woningen voorzien van hoogwaardige en duurzame materialen, is er veel aandacht besteed aan architectonische details en hebben de woningen een licht interieur door veel glas in de gevel.
In plaats van de spreekwoordelijke schutting tussen ontwerp en uitvoering is bewust gekozen voor ketenintegratie. Vanaf de ontwerptafel is door de architecten en ingenieurs van Flex-Home nauw samengewerkt met de co-makers. Het resultaat is een design & build concept dat is gebaseerd op ontvlechting van bouwdisciplines, prefabricatie en duurzaam bouwen.
Geïnspireerd door Slimbouwen, zijn de woningen gesplitst in draagstructuur, gebouwschil, installaties en afbouw. Deze aanpak levert zowel flexibiliteit op in het ontwerp, het bouwproces als tijdens de exploitatie. Door de ontvlechting van bouwdisciplines worden de woningen door een beperkt aantal co-makers gerealiseerd die als 'een treintje' achter elkaar worden gepland. Elke fase wordt afgesloten met een interne tussenoplevering en deze vormt tevens de kick-off voor de volgende co-maker in de trein. Doordat er maar één discipline tegelijk in een woning aan het werk is, ontstaat rust en orde op de bouwplaats en wordt gestreefd naar lagere faalkosten en een hoge bouwsnelheid.
De ingrediënten waaruit Flex-Home is opgebouwd, zijn ook de bouwstenen voor het renovatieconcept van Flex-Home. Hierbij blijven de bewoners in hun woning en wordt in korte tijd de gehele gebouwschil zowel energetisch als esthetisch aangepakt. Door de combinatie van renovatie van bestaande woningen en gedeeltelijke nieuwbouw met Flex-Home-woningen, ontstaat meer diversiteit en wordt de hele wijk toekomstbestendig.
Bron: bouwiqonline.nl
30 december 2011 l ENERGIE EN DUURZAAMHEID
Dat de overheid gaat besparen is bekend. Het ECN maakte 29 december bekend, dat zij heel goed kan besparen door eens kritisch naar haar eigen energiegebruik te kijken. Een besparing van 15% is zeker haalbaar, mogelijk ook 30%. Wat zij daarvoor moeten doen? Hun energiefacturen doorlichten, meet- en regelsystemen op elkaar afstemmen en een energiemanager aanstellen. Eventueel uitbesteden van beheer en onderhoud. De ECN noemt dit een uitgelezen kans om aan de komende EU energieverplichting voor gebouwen (EPBD) te voldoen. Volgens recente cijfers van ECN zorgen kantoren en winkels voor respectievelijk 17 en 8 procent van het totale energiegebruik in de gebouwde omgeving. De percentages voor bedrijfshallen, horeca en zorg zijn kleiner, respectievelijk 7, 6 en 5 procent. In de praktijk betekent dit dat er in de kantorenmarkt nog het meeste op energie valt te besparen, vooral omdat er slechts een relatief klein aantal partijen actief is. “Bij kantorencomplexen is de waardecomponent essentieel”, zegt Albert Hulshoff van Agentschap NL, expert duurzaam bouwen in de utiliteitsbouw. “Pensioenfondsen voeren de druk op eigenaren van vastgoed op om aandacht te besteden aan energiebesparing, afval en water. Het belang van duurzaamheid is inmiddels aangetoond: eigenaren van energiezuinige kantoorpanden kunnen 6,5 procent meer huur vragen dan voor niet-energiezuinige panden (label D of lager). Dat bleek uit een recent onderzoek naar groene labels in de utiliteitsbouw. Verder is label C door duurzaam inkopen van de overheid benchmark voor vastgoedbedrijven geworden.” Volgens hem is laaghangend fruit nog lang niet geplukt. “Gebruikers van gebouwen zijn bij Wet Milieubeheer verplicht energiesparende maatregelen te nemen wanneer die binnen zes jaar kunnen worden terugverdiend,” zegt hij. “Dat kan door energiefacturen door te lichten, door goed inregelen van meet- en regelsystemen voor de installaties en door het aanstellen van een energiemanager. Maar wie het slim aanpakt”, zo gaat Hulshoff verder, “besteedt ook het beheer en onderhoud van zijn gebouwen uit. Door een ESCo (energy service company) op basis van een energieprestatiecontract in te schakelen, kunnen energiebesparende maatregelen met een langere terugverdientijd worden genomen en kan men nog eens vijftien tot vijfentwintig procent binnen tien jaar besparen.” De economische crisis heeft, althans volgens de expert, beperkte invloed op energiebesparende maatregelen. Hoewel energiekosten slechts vijf tot tien procent van de totale kosten uitmaken en reden zijn waarom men nu geen stappen onderneemt, komen overheden binnen tien jaar van de koude kermis thuis als ze geen maatregelen treffen. “De EPBD (Energy Performance Building Directive) die voor de hele EU vanaf 2013 van kracht wordt, stelt dat alle nieuwbouw in 2020 energieneutraal moet zijn. Dat zal z’n weerslag op bestaande bouw hebben. Duurzame gebouwen nemen in waarde toe terwijl gebouwen met energielabel D of lager in waarde dalen. Als overheid zou je wel gek zijn daarop níet in te zetten.” De Europese richtlijn energieprestatie gebouwen wordt afgekort als EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). De EPBD is een richtlijn die alle EU-landen verplicht tot een vijftal concrete activiteiten om de energieprestatie van gebouwen in Europa te verbeteren: Bron: duurzaamnieuws.nl 29 december 2011 l MILIEU Klimaatverandering betekent ook voor de hoogwaterbescherming in het Nederlandse rivierengebied een nieuwe opgave. Wageningen UR onderzocht de kansen voor robuuste, multifunctionele dijken. Waterkeringen in het rivierengebied moeten aangepast worden aan een veranderend klimaat. Effecten zoals zeespiegelstijging en de toename van extreme rivierafvoeren betekenen dat de hydraulische randvoorwaarden voor dijken zullen veranderen. Alterra, onderdeel van Wageningen UR, brengt in een rapport deze problematiek in kaart. Ook zijn de kansen en knelpunten onderzocht van robuuste dijken, die ruimte bieden voor andere functies. Het robuuster maken van dijken betekent dat er rekening wordt gehouden met meer onzekerheid en voorkomt dat er op korte termijn nieuwe aanpassingen nodig zijn. Hoewel dijken in de eerste plaats zijn aangelegd om te beschermen tegen overstroming, hebben veel waterkeringen van oudsher ook andere functies zoals wonen, werken, verkeer en recreatie. Ook vertegenwoordigen dijken en de aanpalende gebieden vaak belangrijke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. De uiteindelijke vormgeving van een dijkversterking wordt bepaald door onder meer het vereiste veiligheidsniveau, eisen aan de ruimtelijke kwaliteit, uitvoeringsmogelijkheden, kosten en beheer. Naast onderzoek op basis van literatuur en beleidsdocumenten, zijn voor het rapport verschillende betrokkenen geïnterviewd. Zij signaleerden kansen, knelpunten, aandachtspunten en aanbevelingen, die zijn verwerkt in een sterkte-zwakte analyse van robuuste multifunctionele waterkeringen. De ontwikkeling van een integraal plan waarin andere opgaven en plannen voor het gebied worden meegenomen en het betrekken van alle stakeholders vormen daarbij belangrijke voorwaarden. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van EL&I en maakt deel uit van het nationaal onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat. Bron: groenkennisnet.nl 27 december 2011 l TOEZICHT EN VEILIGHEID De oren, ogen en neus van de reiziger die een trein wil pakken op station Hollands Spoor in Den Haag pikken vanaf september allerlei prikkels op, die bewust de wereld in ‘worden gestuurd’. De NS en ProRail voeren er samen een experiment uit. Als het succesvol is, dan volgen ook andere stations. Bedoeld om reizigers een veiliger gevoel te geven op stations, en om overlast tegen te gaan. De sociale veiligheid en het ‘gevoel van reinheid’ moeten erdoor worden verbeterd. Als reizigers het station veilig en schoon vinden, zullen ze, zo hopen NS en ProRail, vaker de trein nemen. Al voor je station Hollands Spoor in Den Haag binnenstapt, hebben je oren muziek opgepikt die speakers richting het stationsplein sturen. Het zijn klanken die ervoor moeten zorgen dat lastige jongeren geen zin meer hebben om hier rond te hangen. Loop je de stationshal in, dan verandert de muziek. Nu klinken er ontspannen klanken, af en toe Italiaanse muziek: om de reiziger tot rust te brengen. Ook pik je hier een subtiele geur op die het gevoel moet opwekken dat het lekker schoon is in de stationshal. In de voetgangerstunnel die leidt naar de perrons klinken weer andere klanken. Op het perron liggen rode tegels, die de reiziger een wachtruimte in moeten leiden. Ja, op sommige stations en bij verschillende supermarkten wordt (of werd) al klassieke muziek gedraaid om hangjongeren weg te jagen. En ja, ook winkelketens weten dat je met een bepaald type verlichting de kooplust van klanten kunt bevorderen. Maar met dit project gaan de NS en ProRail een stuk verder, zegt componist, producer en ‘belevingsdeskundige’ Maarten Hartveldt, die het project regisseert: ‘Het gaat om een combinatie van kleur, geur, akoestiek, licht en muziek.’ Het experiment loopt tot maart, maar volgens Hartveldt is uit de eerste metingen al gebleken dat reizigers ‘heel positief reageren’. Reizigers hebben nauwelijks door dat er allerlei speakers zijn geplaatst, dat er geuren het station in komen. ‘Mensen sturen mailtjes naar ProRail en schrijven: wat fijn dat het station zo lekker is schoongemaakt.’ Bron: dichtbij.nl
Dertig procent energiebesparing bij Overheid goed haalbaar
Belang duurzaamheid aangetoond
Wie slim is besteedt uit
Crisis beperkte invloed
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen
Robuuste dijk biedt ruimte voor andere functies
Dijken: beschermen en onderdeel landschap
Sterkte-zwakte analyse
ProRail en NS: muziek, geur en kleur jaagt hangjongeren weg
Het experiment komt niet zomaar uit de lucht vallen. Mark van Hagen, die bij de NS werkt, promoveerde er in april cum laude op. Kleuren, licht, muziek: ze hebben invloed op de stemming van een reiziger, bleek uit dat onderzoek. Maar je moet niet alle reizigers op een zelfde manier prikkelen. Wie haast heeft, wil minder prikkels dan wie een dagje uit is, bijvoorbeeld. Wil je hangjongeren wegjagen bij de ingang van station Hollands Spoor, dan moet je natuurlijk geen gangsterrap gaan draaien. Bij ‘klassiek getinte muziek’, verdwijnen jongeren, zegt Hartveldt. ‘Daar voelen dit soort jongeren zich niet bij thuis, het past niet bij hun cultuur.’